Is mijn kat ziek? Symptomen, koorts en de bekendste kattenziektes

Is mijn kat ziek? Symptomen, koorts en de bekendste kattenziektes
In dit artikel
  1. Is mijn kat ziek? De checklist
  2. Wanneer is het spoed?
  3. Kat koorts: temperatuur meten en normale waarden
  4. Hoe lang kan een kat ziek zijn?
  5. De meest voorkomende kattenziektes
  6. Wat doet de dierenarts?
  7. Een zieke kat thuis verzorgen
  8. Ziektes voorkomen
  9. Veelgestelde vragen

Een kat laat zelden duidelijk zien dat hij ziek is. Je merkt het meestal aan kleine veranderingen: hij eet anders, drinkt meer, verstopt zich, poetst zich minder of springt niet meer op de vensterbank. Twijfel je, meet dan zijn temperatuur (normaal is ongeveer 38 tot 39 °C) en bel je dierenarts. Eet je kat een dag niet, ademt hij moeilijk of probeert een kater tevergeefs te plassen, dan ga je meteen. Hieronder vind je de checklist, hoe je koorts meet, wanneer het spoed is en per veelvoorkomende kattenziekte wat je moet weten.

In het kort

  • Direct naar de dierenarts, ook 's nachts: moeite met ademen of ademen met open bek, een kater die perst maar niet of nauwelijks plast, flauwvallen of niet aanspreekbaar zijn, een stuip die langer dan vijf minuten duurt, wit, grijs of blauw tandvlees, of je kat heeft paracetamol of een ander mensenmedicijn binnengekregen.
  • Dezelfde dag bellen: je kat eet een dag niet, is suf en verstopt zich, braakt herhaaldelijk, heeft koorts, of het is een kitten of een oude kat die ziek lijkt.
  • Normale temperatuur: 38,1 tot 39,2 °C, gemeten in de anus met een digitale thermometer. Boven de 39,2 °C heeft je kat verhoging of koorts.
  • Koorts verlagen doe je nooit zelf met paracetamol, ibuprofen of aspirine. Die zijn giftig voor katten, een deel van één tablet kan al dodelijk zijn.
  • Hoe lang een kat ziek mag zijn: een lichte verkoudheid of maagstoornis knapt binnen dagen tot een paar weken op. Wordt het niet binnen twee tot drie dagen beter, of eet je kat niet, dan laat je hem nakijken.

Is mijn kat ziek? De checklist

Katten zijn meesters in het verbergen van pijn en ziekte. International Cat Care noemt terugtrekken en verstoppen de typische reactie van een kat op pijn. Daarom zie je ziekte vooral aan wat er verandert ten opzichte van normaal. Loop deze lijst langs. Herken je één of meer punten die al langer dan een dag duren, of komen er meerdere tegelijk, bel dan je dierenarts.

Wat je zietWaar het op kan wijzenHoe snel
Eet minder, niets of anders (kauwt aan één kant, laat brokjes vallen)Pijn, gebitsproblemen, misselijkheid, bijna elke ziekteBellen na 24 uur niet eten, eerder bij een kitten
Eet juist veel meer maar valt afTe snel werkende schildklier, suikerziekteAfspraak deze week
Drinkt en plast duidelijk meerNierziekte, suikerziekte, schildklierAfspraak deze week
Perst in de kattenbak, plast vaak kleine beetjes of plast ernaastBlaasontsteking, gruis, bij een kater mogelijk een verstoppingKater die niet plast: direct. Anders dezelfde dag
Braakt vaker dan af en toe, diarree of bloed in de ontlastingMaag-darmprobleem, infectie, vergiftiging, kattenziekte bij een kittenDezelfde dag bij herhaald braken of een kitten
Verstopt zich, slaapt meer, is suf of juist onrustigPijn, koorts, algemeen ziek zijnDezelfde dag als het niet over is
Springt niet meer, loopt stijf, poetst zich minderPijn, artrose, overgewichtAfspraak
Blaast of gromt bij aanraken van een bepaalde plekPijn, een abces na een vechtpartijDezelfde of volgende dag
Stinkende adem, kwijlen, met de poot aan de bekGebitsproblemen, ontsteking in de mondAfspraak
Niest, snottert, tranende ogenNiesziekte (kattenverkoudheid)Bellen als hij slecht eet of het een kitten is
Ademt snel of zwaar in rust, hoestLuchtwegen, astma, hartprobleemMoeite met ademen: direct
Onzindelijk, veel meer miauwen of ander gedragMedische oorzaak gaat voor gedragAfspraak

Het LICG adviseert om altijd naar de dierenarts te gaan als je kat slecht eet of drinkt, en om bij vreemd of ongewenst gedrag eerst een lichamelijke oorzaak te laten uitsluiten. Je kent je kat het best. Het gevoel dat er "iets niet klopt" is een goede reden om te bellen, ook als je het niet precies kunt benoemen.

Pijn herkennen aan het gezicht

Dierenartsen gebruiken de Feline Grimace Scale, een gevalideerd hulpmiddel om acute pijn aan het gezicht af te lezen. Let op oren die naar opzij of plat staan, toegeknepen ogen, een gespannen snuit en snorharen die recht naar voren of strak naar achteren staan. Een kat in pijn zit vaak ineengedoken met zijn kop laag.

Wanneer is het spoed?

Bij de volgende signalen bel je meteen je dierenarts. Buiten openingstijden verwijst je eigen praktijk je door naar de spoeddienst. Bel vooraf, dan weten ze dat je eraan komt.

  • Moeite met ademen. Ademen met open bek, hijgen, of in rust meer dan 35 ademhalingen per minuut (grens van het Cornell Feline Health Center). PDSA noemt wit, grijs of blauw tandvlees en snel achteruitgaan als redenen om direct te gaan.
  • Een kater die perst maar niet plast. Volgens International Cat Care kan persen bij het plassen wijzen op een verstopte plasbuis, en dat is een spoedgeval. Het LICG zegt hetzelfde: een kat die helemaal niet meer kan plassen, moet direct naar de dierenarts.
  • Flauwvallen, niet aanspreekbaar, of een stuip die langer dan vijf minuten duurt of steeds terugkomt (International Cat Care). Ook als je kat snel weer bijkomt, bel je daarna je dierenarts, adviseert PDSA.
  • Vergiftiging of het vermoeden ervan: paracetamol, ibuprofen, antivries, lelies of een vlooienmiddel voor honden. Wacht niet tot er klachten komen. Meer over gevaarlijke planten lees je bij giftige planten voor katten.
  • Oververhit: je kat zat opgesloten in een warme ruimte of auto, hijgt en is slap. Boven de 40 °C loopt een kat risico op een hitteberoerte (PDSA). Breng hem naar een koele plek, koel hem af en bel meteen.
  • Een ongeluk, een val, flink bloedverlies of een kat die opeens zijn achterpoten niet meer gebruikt.
  • Een kitten dat niet drinkt of eet, braakt of diarree heeft. Kittens drogen snel uit en kattenziekte verloopt bij hen vaak ernstig.

Kat koorts: temperatuur meten en normale waarden

Of je kat koorts heeft, voel je niet betrouwbaar aan zijn neus of oren. Een warme, droge neus zegt weinig. PDSA noemt wel signalen die bij koorts passen: oren, poten of gezicht voelen heet aan, je kat verstopt zich, eet niet, rilt of ademt sneller dan normaal. Zekerheid krijg je alleen met een thermometer.

TemperatuurWat het betekent
38,1 tot 39,2 °CNormaal (Merck Veterinary Manual). 's Avonds is de temperatuur iets hoger dan 's ochtends (LICG). Een kat die net gestrest is door de rit naar de dierenarts kan ook iets hoger zitten.
39,3 tot 39,5 °CVerhoging. Let goed op en meet later opnieuw, zeker als je kat ook minder eet of zich terugtrekt.
Vanaf 39,5 °CKoorts. De meeste katten met echte koorts zitten tussen 39,5 en 41,1 °C (Merck). Bel je dierenarts.
Boven 40 °CHoog. Na een warme ruimte of auto kan dit een hitteberoerte zijn (PDSA). Bel meteen.
Onder 38 °C bij een slappe katMogelijk onderkoeling. PDSA noemt onderkoeling een spoedgeval. Bel meteen.

Zo meet je de temperatuur van je kat

  1. Gebruik een gewone digitale thermometer, het liefst een met een flexibel puntje, die je daarna alleen voor je kat gebruikt.
  2. Vraag iemand om je kat vast te houden, rustig op schoot of op een handdoek op tafel.
  3. Smeer het puntje in met wat vaseline of een beetje olie. Dat raadt het LICG aan, het inbrengen gaat dan makkelijker.
  4. Til de staart op en breng de thermometer voorzichtig in de anus, met een licht draaiende beweging. Het LICG wijst erop dat hij ver genoeg moet zitten om nauwkeurig te meten.
  5. Wacht op de piep en lees af. Maak de thermometer schoon met water en zeep of alcohol.

Verzet je kat zich hevig of raakt hij in paniek, stop dan. Een gestreste kat die je toch al wilt laten nakijken, laat je beter door de assistente meten.

Koorts verlagen bij je kat: wat wel en wat niet

Geef nooit zelf medicijnen voor mensen. International Cat Care noemt paracetamol extreem giftig voor katten. Een kat kan het niet veilig afbreken, waardoor lever en rode bloedcellen beschadigd raken. Zelfs een deel van één tablet kan ernstige vergiftiging en de dood veroorzaken. Volgens dezelfde organisatie zijn ook ibuprofen en aspirine zeer giftig en kan het geven ervan levensbedreigend zijn. Een kinderzetpil of "een klein stukje" is dus ook gevaarlijk. Heb je het toch gegeven, bel dan direct je dierenarts. De klachten (bruin tandvlees, zwakte, snelle ademhaling, braken) komen meestal binnen 4 tot 24 uur.

Koorts is een reactie van het lichaam op een infectie, ontsteking of pijn. De dierenarts behandelt de oorzaak en geeft zo nodig een pijnstiller of koortsremmer die voor katten geschikt is. Wat jij thuis doet:

  • Zet vers water dichtbij, liefst op een paar plekken.
  • Bied iets lekkers aan, licht opgewarmd natvoer ruikt sterker en verleidt beter.
  • Geef een rustige, tochtvrije plek waar je kat zich kan terugtrekken, zoals een kattenhol of afgeschermde mand.
  • Noteer de temperatuur, wat hij eet en drinkt en of hij plast. Daar heeft je dierenarts veel aan.

Nat maken of in koud water zetten doe je alleen bij een hitteberoerte, niet bij gewone koorts.

Hoe lang kan een kat ziek zijn?

Dat hangt helemaal af van wat hij heeft. Een paar richtlijnen:

  • Een lichte maagstoornis (een keer braken, wat dunnere ontlasting) is bij een verder vrolijke, volwassen kat vaak binnen een à twee dagen over. Duurt het langer of komt er iets bij, laat hem dan nakijken.
  • Niesziekte bij een gezonde, gevaccineerde volwassen kat duurt meestal één tot drie weken. Lees er meer over bij kat verkouden.
  • Niet eten is de belangrijkste grens. International Cat Care waarschuwt dat te weinig eten, zelfs drie dagen, flinke gevolgen kan hebben en elke ziekte erger maakt. Bel daarom na 24 uur niet eten, bij een kitten eerder. Hoe dat precies zit lees je in hoe lang kan een kat zonder eten.
  • Chronische ziektes zoals nierziekte, suikerziekte, een te snel werkende schildklier of FIV blijven. Met behandeling hebben veel katten er jarenlang een goed leven mee.

Wordt je kat na twee tot drie dagen niet beter, of juist slechter, ga dan altijd naar de dierenarts. Ook als het eerst leek mee te vallen.

De meest voorkomende kattenziektes

Hieronder per ziekte het belangrijkste: waar je het aan herkent, wie het krijgt en wat eraan te doen is. Voor een aantal onderwerpen hebben we een uitgebreide pagina, daar linken we naar.

Niesziekte (kattenverkoudheid)

Niesziekte is de verzamelnaam voor infecties van neus, ogen en keel, vooral door het herpesvirus en het calicivirus van de kat. Je kat niest, heeft een snotneus en tranende of ontstoken ogen, en soms zweertjes in de bek. Het is zeer besmettelijk voor andere katten. De basisvaccinatie beschermt tegen een ernstig verloop. Alles over herkennen, thuisverzorging en wanneer je moet gaan staat in kat verkouden: wanneer naar de dierenarts. Niest je kat vaak maar is hij verder fit, kijk dan bij kat niest veel. Een ontstoken oog heeft een eigen pagina: oogontsteking bij katten.

Kattenziekte (panleukopenie)

Let op het verschil: "kattenziekte" is de naam van één specifieke, ernstige ziekte, los van niesziekte. Het is een zeer besmettelijk parvovirus. Volgens het LICG verschijnen de klachten twee tot zeven dagen na besmetting: sloomheid, koorts, niet eten, braken en diarree, waardoor een kat snel uitdroogt. Kittens kunnen plotseling overlijden. Ondanks intensieve behandeling sterft 30 tot 50 procent van de zieke katten. Het virus gaat ook mee op schoenen en kleding, dus ook binnenkatten lopen risico. Vaccinatie is de enige goede bescherming. Wanneer je kitten zijn prikken krijgt, lees je bij wanneer katten vaccineren.

Chronische nierziekte

Nierziekte is een van de meest voorkomende ziektes bij oudere katten. International Cat Care schat dat 20 tot 50 procent van de katten boven de 15 jaar er in enige mate last van heeft, het Cornell Feline Health Center noemt nog hogere cijfers. In het begin zie je vaak niets. Later drinkt en plast je kat meer, eet hij minder, valt hij af en ziet zijn vacht er slordiger uit. Nierziekte is niet te genezen, wel goed te remmen met aangepast voer, voldoende vocht en controle van de bloeddruk. Daarom adviseert International Cat Care een jaarlijkse of halfjaarlijkse controle met bloed- en urineonderzoek bij oudere katten. Weet je niet of je kat veel drinkt, kijk dan bij hoeveel water drinkt een kat. Een drinkfontein kan helpen om een kat meer te laten drinken.

Suikerziekte (diabetes)

Diabetes is een van de meest voorkomende hormoonziektes bij katten. Volgens International Cat Care lopen middelbare en oudere katten, katers, gecastreerde katten en vooral katten met overgewicht meer risico. De klassieke signalen: meer drinken, meer plassen en afvallen terwijl je kat juist meer eet. Soms zakt hij door zijn achterpoten. Wordt je diabetische kat suf, braakt hij of stort hij in, dan is dat een spoedgeval. Behandeling gaat met insuline of tabletten, een koolhydraatarm dieet en afvallen. Bij een deel van de katten verdwijnt de diabetes zelfs weer als ze afvallen en het juiste voer krijgen.

Te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie)

Dit zie je bijna alleen bij katten van middelbare leeftijd en ouder, zelden onder de zeven jaar (International Cat Care). Je kat eet als een paard en valt toch af, drinkt meer, is onrustig of prikkelbaar, heeft een snelle hartslag en een vettige, slordige vacht. Soms braakt hij of heeft hij diarree. Er zijn goede behandelingen: tabletten, een speciaal dieet, een operatie of een eenmalige behandeling met radioactief jodium die de meeste katten geneest.

FIV (kattenaids) en FeLV (kattenleukemie)

FIV verzwakt het afweersysteem. Het wordt vooral overgedragen via bijtwonden bij vechtpartijen, dus niet gecastreerde katers die buiten komen lopen het meeste risico. Na een korte periode met koorts en dikke lymfeklieren zie je vaak jarenlang niets. Later kunnen terugkerende infecties, tandvleesontsteking, afvallen en diarree volgen. Volgens het LICG leven veel FIV-katten lang en sommigen krijgen nooit klachten. In Europa is er geen vaccin tegen FIV.

FeLV verspreidt zich makkelijker, via speeksel bij langdurig samenleven: elkaar wassen, dezelfde bakjes en kattenbak. Je ziet koorts, sloomheid, afvallen, bleek tandvlees en steeds terugkerende infecties, en het virus geeft vaak bloedarmoede of kanker. International Cat Care schat dat 80 tot 90 procent van de geïnfecteerde katten binnen drie à vier jaar na de diagnose overlijdt. Tegen FeLV bestaan wel vaccins. Je dierenarts kan met een sneltest op beide virussen testen, bijvoorbeeld bij een nieuwe of zwerfkat.

FIP

FIP ontstaat als een gewoon coronavirus van de kat in het lichaam muteert. Volgens het LICG is ongeveer 80 procent van de katten met FIP jonger dan twee jaar, vaak kittens van 4 tot 12 maanden, en lopen katten uit groepen zoals catteries meer risico. Bij natte FIP krijgt je kat vocht in buik of borst (een dikke buik, benauwdheid). Bij droge FIP ontstaan ontstekingen in organen, met onder meer wiebelig lopen, ander gedrag of slechter zien. Vroege klachten zijn vaag: wisselende koorts die niet zakt, sloomheid en minder eetlust. Vroeger was FIP altijd dodelijk. Het antivirale middel GS-441524 blijkt effectief en is volgens het LICG sinds juni 2023 in Nederland beschikbaar via Diergeneeskunde Utrecht. De behandeling duurt minstens twaalf weken.

Blaasproblemen

Persen, vaak kleine beetjes plassen, bloed in de plas of plassen buiten de bak: International Cat Care vat dit samen als FLUTD, problemen van de lagere urinewegen. Bij 60 tot 70 procent van de katten is er geen duidelijke oorzaak (idiopathische blaasontsteking), stress speelt een grote rol. Blaasgruis en stenen komen ook voor, een bacteriële blaasontsteking is bij katten juist vrij zeldzaam. Meer drinken en natvoer helpen bij preventie. Bij een kater die niet meer kan plassen gaat het om een verstopping: dat is een spoedgeval. Plast je kat naast de bak, lees dan ook kat plast naast de kattenbak. Speelt stress mee, dan kan een feromonenverdamper een onderdeel van de aanpak zijn.

Gebitsproblemen

Studies laten zien dat 50 tot 90 procent van de katten ouder dan vier jaar een vorm van gebitsziekte heeft (Cornell Feline Health Center). De drie bekendste zijn tandvleesontsteking, ontsteking van het tandvlees en kaakbot (parodontitis) en tandresorptie, waarbij een tand van binnenuit wordt afgebroken. Dat laatste kan veel pijn doen. Signalen zijn een stinkende adem, kwijlen, aan één kant kauwen, eten laten vallen, de kop scheef houden tijdens eten of alleen nog zacht voer willen. Laat het gebit bij de jaarlijkse controle nakijken, zegt ook het LICG.

Parasieten: vlooien, wormen, oormijt en teken

Ook parasieten maken je kat ziek of geven hem flink last. Vlooien geven jeuk en kunnen lintworm overdragen, wormen geven een dikke buik bij kittens, diarree of afvallen, oormijt geeft jeuk en donker oorsmeer. Lees per parasiet verder:

Andere klachten met een eigen pagina

Wat doet de dierenarts?

De dierenarts begint met vragen: sinds wanneer, eet en drinkt hij, plast en poept hij normaal, komt hij buiten, is hij gevaccineerd. Neem daarom je aantekeningen mee, en eventueel een foto of filmpje van wat je ziet. Daarna volgt een lichamelijk onderzoek met temperatuur, hart en longen, buik, mond en gewicht. Afhankelijk van wat er gevonden wordt, volgt bloedonderzoek, urineonderzoek, een sneltest op FIV en FeLV, een echo of een röntgenfoto. Breng je kat in een stevige, goed afsluitbare reismand, een zieke kat die ontsnapt is moeilijk terug te vinden.

Het onderzoek en de behandeling kunnen flink oplopen, zeker bij een chronische ziekte. Wil je daar vooraf over nadenken, lees dan over kattenverzekeringen.

Een zieke kat thuis verzorgen

  • Rust en een eigen plek. Een warme, afgeschermde plek waar andere huisdieren en kinderen hem met rust laten, met water, eten en de kattenbak dichtbij.
  • Eten aanbieden. Kleine porties, licht opgewarmd, en vaker per dag. Dwing niets naar binnen zonder overleg met je dierenarts.
  • Medicijnen precies volgens voorschrift. Maak een antibioticakuur af, ook als je kat eerder opknapt, en volg de bijsluiter of het advies van je dierenarts.
  • Bijhouden. Eten, drinken, plassen, poepen en temperatuur. Een dalende lijn is een reden om eerder terug te gaan.
  • Besmettelijk? Bij niesziekte en kattenziekte houd je andere katten apart en was je je handen na elk contact.

Gaat het bij een oude kat langzaam bergaf en lukt het niet meer om hem een goed leven te geven, dan helpt wanneer laat je een oude kat inslapen je bij die moeilijke afweging.

Ziektes voorkomen

  • Vaccineren, ook binnenkatten. Het LICG beveelt vaccinatie aan voor elke kat, ook als hij nooit buiten komt. De basisvaccinatie beschermt tegen kattenziekte en twee soorten niesziekte. Kittens krijgen meestal prikken rond 8 tot 9, 12 en 16 weken, daarna een herhaling rond 6 tot 12 maanden. Zie wanneer katten vaccineren.
  • Jaarlijks een controle, en bij oudere katten of katten met een aandoening vaker (LICG). Dan worden nierziekte, schildklier en gebitsproblemen vaak al gevonden voor je kat er last van heeft. Meer tips voor de oudere kat lees je in verzorging van senior katten.
  • Gezond gewicht en goed voer. Overgewicht vergroot de kans op suikerziekte en gewrichtsklachten. Wat je in de bak doet, lees je in goed kattenvoer kiezen.
  • Castreren of steriliseren. Volgens het LICG lopen niet gecastreerde katers het meeste risico op FIV, omdat het virus via bijtwonden bij vechtpartijen gaat. Zie wanneer kat steriliseren.
  • Parasieten bijhouden en mensenmedicijnen, giftige planten en schoonmaakmiddelen buiten bereik houden.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of mijn kat ziek is?

Let op veranderingen ten opzichte van normaal: minder of anders eten, meer drinken en plassen, braken, verstoppen, minder poetsen, niet meer springen of ander gedrag. Katten verbergen pijn goed, dus kleine signalen tellen. Meet bij twijfel de temperatuur en bel je dierenarts.

Wat is de normale temperatuur van een kat?

Tussen 38,1 en 39,2 °C, gemeten in de anus met een digitale thermometer (Merck Veterinary Manual). 's Avonds is hij iets hoger dan 's ochtends. Vanaf ongeveer 39,5 °C spreek je van koorts.

Hoe zie ik of mijn kat koorts heeft?

Een kat met koorts voelt vaak warm aan bij de oren, poten of het gezicht, verstopt zich, eet niet, rilt of ademt sneller. Een warme of droge neus zegt weinig. Alleen een thermometer geeft zekerheid.

Hoe kan ik de koorts van mijn kat verlagen?

Niet zelf met medicijnen. Paracetamol, ibuprofen en aspirine zijn giftig voor katten, ook in kleine hoeveelheden. Zorg voor water, rust en eten en bel je dierenarts. Die zoekt de oorzaak en geeft zo nodig een middel dat voor katten veilig is.

Mag ik mijn kat paracetamol geven?

Nee, nooit. Een kat kan paracetamol niet afbreken. Zelfs een deel van één tablet kan dodelijk zijn, waarschuwt International Cat Care. Heeft je kat het toch gekregen, bel dan meteen je dierenarts.

Hoe lang kan een kat ziek zijn?

Een lichte maagstoornis is vaak binnen een à twee dagen over, niesziekte meestal binnen één tot drie weken. Eet je kat 24 uur niet, wordt hij niet beter binnen twee tot drie dagen of juist slechter, ga dan naar de dierenarts. Chronische ziektes zoals nierziekte blijven, maar zijn vaak goed te behandelen.

Wat is het verschil tussen kattenziekte en niesziekte?

Kattenziekte (panleukopenie) is een ernstig parvovirus met braken, diarree en koorts dat vooral kittens fataal kan worden. Niesziekte is een infectie van neus, ogen en keel door het herpes- of calicivirus. Tegen allebei beschermt de basisvaccinatie.

Wat zijn de meest voorkomende ziektes bij oudere katten?

Chronische nierziekte, een te snel werkende schildklier, suikerziekte, gebitsproblemen en artrose. Ze beginnen vaak sluipend. Een jaarlijkse of halfjaarlijkse controle met bloedonderzoek vindt ze meestal op tijd.

Moet ik mijn binnenkat laten vaccineren?

Ja. Het LICG raadt vaccinatie ook voor binnenkatten aan, omdat bijvoorbeeld het kattenziektevirus via schoenen en kleding mee naar binnen komt.

Alles over Gezondheid & Ziektes

Op zoek naar iets moois voor je kat?