Vlooien bij je kat herkennen en voorkomen, plus teken veilig verwijderen

In dit artikel
- Wanneer ga je naar de dierenarts?
- Heeft mijn kat vlooien? Zo herken je ze
- Vlooienallergie (FAD) bij katten
- Wat vlooien nog meer doen: lintworm, bloedarmoede en kattenkrabziekte
- Hoe komt een kat aan vlooien?
- De levenscyclus: waarom je ook je huis moet behandelen
- Vlooien bestrijden bij je kat
- Teken bij katten: herkennen, verwijderen en ziekten
- Veelgestelde vragen
Of je kat vlooien heeft, zie je het snelst met een vlooienkam en een vochtig wit papiertje. Kam je kat boven een wit laken, vooral in de nek, bij de staartbasis, in de oksels en in de liezen. Vind je zwarte korreltjes die op nat papier een rood randje krijgen, dan is dat vlooienpoep en heeft je kat vlooien. Ook als je zelf geen enkele vlo ziet. Katten poetsen de meeste vlooien weg, dus veel krabben is geen voorwaarde.
In het kort
- Herkennen: vlooienkam plus de papiertest. Zwarte korreltjes die rood uitlopen zijn vlooienpoep.
- Signalen: krabben en likken bij nek en staart, kale plekken of korstjes op de onderrug, onrust, rijstkorrelachtige stukjes bij de anus (lintworm) en bij kittens bleek tandvlees.
- Aanpak: een geregistreerd middel voor katten, alle dieren in huis tegelijk en je huis erbij. Het grootste deel van de vlooien zit als ei, larve of pop in je huis.
- Nooit: een vlooien- of tekenmiddel voor honden bij je kat. Middelen met permethrine kunnen een kat doden.
- Teek gevonden: haal hem dezelfde dag weg met een tekenpincet of tekenlasso, zonder alcohol of olie vooraf.
Wanneer ga je naar de dierenarts?
Bel direct als je kat een vlooien- of tekenmiddel voor honden heeft gekregen, aan een net behandelde hond heeft gelikt, of na een middel gaat kwijlen, trillen of wankelen. Bel ook meteen bij een jong kitten met veel vlooien dat sloom is of bleek tandvlees heeft. Vlooien kunnen bij kittens zoveel bloed zuigen dat er bloedarmoede ontstaat.
Maak deze week een afspraak als:
- je kat kale plekken, korstjes of open plekken heeft van het krabben
- je witte stukjes als rijstkorrels rond de anus, in de ontlasting of in de mand ziet
- de vlooien er na zes weken goed behandelen nog steeds zijn
- je kat in de weken na een tekenbeet koorts lijkt te hebben, slecht eet, kreupel loopt of lusteloos is
- er een teek bij het oog zit, of je hem niet goed weg krijgt
- je kat drachtig is, jongen zoogt, oud of ziek is en vlooien heeft.
Heeft mijn kat vlooien? Zo herken je ze
De vlooienkam en de papiertest
Volgens ESCCAP, de Europese organisatie van parasietdeskundigen, is kammen de gevoeligste manier om vlooien op te sporen. Zo doe je het:
- Leg een wit laken of een vel keukenpapier neer en zet je kat erop.
- Kam met een fijne vlooienkam door de vacht, vooral in de nek, op de rug, bij de staartbasis, in de oksels en in de liezen.
- Bekijk wat er op het laken en tussen de tandjes van de kam blijft hangen.
- Leg de zwarte korreltjes op een vochtig wit papiertje en wrijf er even over.
- Krijgen ze een rood of roodbruin randje, dan is het vlooienpoep. Vlooienpoep bestaat vooral uit opgezogen bloed. Gewoon vuil of zand blijft zwart.
Zie je een levende vlo, dan herken je hem aan een donker roodbruin, plat lijfje van 2 tot 6 millimeter dat zich snel tussen de haren verstopt of wegspringt. Vlooieneitjes zijn parelwit en ongeveer een halve millimeter groot. Die zie je bijna nooit, want ze vallen meteen uit de vacht.
Symptomen van vlooien bij een kat
- Krabben, bijten en likken, vooral rond de kop, de nek en de staartbasis.
- Overdreven poetsen, soms tot de vacht dunner wordt of er afgebroken haren liggen.
- Kale plekken, rode huid en korstjes, vooral op de onderrug en rond de staart. Dat wijst op een vlooienallergie (zie hieronder).
- Onrust: je kat springt ineens op, kijkt naar zijn achterlijf of kan niet ontspannen liggen.
- Witte korreltjes als rijst rond de anus of in de mand. Dat zijn stukjes lintworm, en die krijgt een kat van vlooien.
- Bleek tandvlees en sloomheid bij een kitten of een verzwakte kat, door bloedarmoede.
- Bultjes op je eigen enkels en onderbenen. Volgens het LICG, het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren, is dat vaak al een teken van een flinke vlooienplaag in huis.
Een kat zonder allergie heeft volgens ESCCAP vaak weinig of geen klachten van vlooien, op wat krabben na. Een kat die bijna niet krabt, kan dus toch vlooien hebben. Kam daarom gewoon af en toe, ook als er niets aan de hand lijkt.
Vlooien, luizen of iets anders?
Wie "luizen bij katten" zoekt, heeft meestal vlooien gevonden. Echte kattenluizen (de bijtende luis Felicola subrostratus) zijn volgens ESCCAP zeldzaam in Europa en komen vooral voor bij zwerfkatten. Het verschil:
| Vlooien | Luizen | |
|---|---|---|
| Hoe ze bewegen | Snel, springen weg | Langzaam kruipend, springen niet |
| Eitjes | Vallen uit de vacht in je huis | Neten die vastgeplakt zitten aan de haren |
| Wat je verder ziet | Vlooienpoep die rood uitloopt op nat papier | Een slecht verzorgde vacht, soms met korstjes en kale plekken |
| Op mensen | Kunnen bijten bij een grote plaag | Kattenluizen gaan niet over op mensen |
Luizen gaan over via direct contact en via gedeelde kussens, borstels en kammen. ESCCAP adviseert om ligplekken en borstels te wassen of te verhitten boven 60 graden, of ze een nacht in de vriezer te leggen. Laat de dierenarts kijken welk middel tegen luizen werkt. Krabt je kat vooral aan zijn oren en zie je donker oorsmeer, denk dan eerder aan oormijt.
Vlooienallergie (FAD) bij katten
FAD staat voor flea allergy dermatitis, in het Nederlands vlooienallergie of vlooienallergie-dermatitis. Een kat met deze allergie reageert op het speeksel van de vlo. Volgens het LICG is één beet per week al genoeg om de allergie in stand te houden.
Je ziet het aan:
- hevige jeuk, krabben en likken
- kale plekken en afgebroken haren
- kleine bultjes, rode plekjes en korstjes
- vooral op de onderrug en rond de staartbasis, soms uitgebreid naar de dijen en de buik.
Het lastige is dat je bij een allergische kat vaak geen vlo vindt. Hij poetst ze weg voordat je ze ziet. ESCCAP schrijft dat de dierenarts de diagnose daarom stelt op een combinatie: vlooien of vlooienpoep, een kat die opknapt na een vlooienbehandeling en het uitsluiten van andere oorzaken. Er bestaan allergietesten, maar geen enkele geldt als de gouden standaard.
Heeft je kat FAD, dan moet je elke vlo voorkomen, het hele jaar door en bij alle dieren in huis. Je dierenarts kan daarnaast iets geven tegen de jeuk en tegen ontstoken huid. Meer over andere oorzaken van kale plekken lees je in kale plekken bij je kat.
Wat vlooien nog meer doen: lintworm, bloedarmoede en kattenkrabziekte
Lintworm via vlooien
Vlooien zijn de tussengastheer van de lintworm Dipylidium caninum. Een vlooienlarve eet in je huis eitjes van de lintworm. Als je kat zich wast en een besmette vlo inslikt, groeit de lintworm in zijn darm uit tot een volwassen worm. Volgens ESCCAP duurt dat ongeveer drie weken.
Je kat merkt er meestal weinig van. Wat je wel kunt zien, zijn de witte stukjes lintworm van ongeveer een centimeter. Ze kruipen soms uit de anus of zitten in verse ontlasting. Opgedroogd lijken ze op rijstkorrels, in de vacht rond de anus of in de mand. Sommige katten krijgen jeuk aan hun achterwerk en worden onrustig.
Ontwormen alleen is niet genoeg. ESCCAP schrijft dat je deze lintworm onder controle houdt door ook de vlooien te bestrijden, anders raakt je kat steeds opnieuw besmet. Mensen, vooral kinderen, kunnen deze lintworm ook krijgen als ze een besmette vlo inslikken, maar dat is zeldzaam. Hoe en wanneer je ontwormt, lees je in je kat of kitten ontwormen.
Bloedarmoede bij kittens
Een volwassen vlo heeft elke dag bloed nodig. Bij een zware besmetting, vooral bij jonge, oude en verzwakte katten, kan dat volgens ESCCAP leiden tot bloedarmoede. Het LICG waarschuwt dat een kitten met veel vlooien daar zelfs aan kan overlijden. "Nestvlooien" bestaan niet als aparte soort, het zijn gewone kattenvlooien.
Kattenkrabziekte (Bartonella)
Katten raken volgens het RIVM besmet met de bacterie Bartonella henselae via vlooien, en geven die via vlooien aan elkaar door. Mensen kunnen er kattenkrabziekte van krijgen, vooral via een krab of beet van een besmette kat. Bij gezonde mensen gaat dat meestal vanzelf over. Het RIVM adviseert om vlooien bij je kat meteen te bestrijden.
Hoe komt een kat aan vlooien?
De kattenvlo (Ctenocephalides felis) is in Europa verreweg de meest voorkomende vlo, ook bij honden. Je kat kan vlooien oppikken van andere katten, honden, konijnen, egels en andere dieren, en van plekken waar die dieren hebben gelegen. Meestal springt er geen volwassen vlo over. ESCCAP schrijft dat de meeste besmettingen komen van nieuwe vlooien die uitkomen in een omgeving waar eerder eitjes zijn gevallen.
Ook een binnenkat kan vlooien krijgen. Een hond die buiten komt, een logerend dier of een tweedehands kattenmand kan eitjes of poppen meenemen. En in een huis met centrale verwarming en vloerbedekking kunnen vlooien zich volgens ESCCAP het hele jaar ontwikkelen. De piek ligt in de zomer en de herfst, maar ook in de winter kun je een plaag krijgen.
De levenscyclus: waarom je ook je huis moet behandelen
Volgens het LICG zit maar 1 tot 10 procent van de vlooien als volwassen vlo op je kat. De rest, meer dan 90 procent, zit als ei, larve of pop in je huis. Wie alleen de kat behandelt, pakt dus maar een klein deel van het probleem aan.
- Ei. Een vrouwtjesvlo legt volgens ESCCAP gemiddeld 20 eitjes per dag op je kat, soms 40 tot 50. Die vallen eraf, vooral op plekken waar je kat slaapt en ligt.
- Larve. Na een paar dagen komen er larven uit. Ze leven van huidschilfers en vlooienpoep, en ze houden niet van licht. Ze kruipen in kieren, naden en diep in het tapijt, waar je stofzuiger er moeilijk bij kan.
- Pop. De larve spint een cocon. Daarin is de vlo goed beschermd, ook tegen de meeste middelen. Een pop kan volgens ESCCAP tot zes maanden of langer wachten tot er een gastheer in de buurt komt. Warmte, trillingen en uitgeademde lucht zijn het signaal om uit te komen.
- Volwassen vlo. Die springt op je kat, begint binnen een dag of twee eitjes te leggen en blijft meestal op dezelfde kat.
Onder gunstige omstandigheden gaat dat van ei tot vlo in twee tot drie weken, maar het kan ook maanden duren. Daarom zie je na een behandeling vaak nog weken nieuwe vlooien: die komen uit poppen die al in je huis lagen. En daarom begint een plaag soms ineens na een vakantie. De poppen hebben gewacht tot er weer iemand thuiskwam.
Zo pak je je huis aan, volgens het LICG en ESCCAP:
- Stofzuig vaak en grondig, vooral waar je kat ligt, langs plinten en in naden. Vergeet de auto niet als je kat daarin meegaat. Gooi de stofzuigerzak of de inhoud van de bak daarna buiten, goed dichtgeknoopt, weg.
- Was mandjes, kleedjes en kussenhoezen waar je kat op ligt.
- Behandel alle katten en honden in huis tegelijk, elk met een middel voor de eigen diersoort. Vergeten huisdieren zijn volgens ESCCAP een van de belangrijkste redenen dat een aanpak mislukt.
- Gebruik bij een flinke plaag een omgevingsspray met een insectengroeiremmer (IGR) voor de plekken waar je niet goed kunt stofzuigen. Houd je dieren weg tot alles droog is en volg de instructies op de bus.
Vlooien bestrijden bij je kat
Gebruik een vlooienmiddel dat voor katten is geregistreerd, met een REG NL- of EU-nummer op de verpakking, in de juiste gewichtsklasse. Volg de bijsluiter voor hoe vaak je het geeft. Bij een kitten, een drachtige, zogende, oude of zieke kat ga je eerst naar de dierenarts. Die kan ook een middel voorschrijven dat tegelijk tegen teken werkt.
Wil je snel van een plaag af, dan doodt een tablet met nitenpyram (bekend van merknamen als Capstar) de vlooien op je kat binnen enkele uren. Zo'n tablet werkt daarna niet door, dus je hebt daarnaast een middel nodig dat weken beschermt. Middelen zonder registratienummer, zoals etherische oliën, azijn of diatomeeënaarde, zijn niet beoordeeld als diergeneesmiddel. Gebruik ze niet in plaats van een echt vlooienmiddel, en vraag je dierenarts voordat je iets op je kat smeert.
Welk middel bij jouw kat past, pipet, tablet of halsband, en wat vrij verkrijgbaar is en wat via de dierenarts gaat, lees je in onze gids over het beste vlooienmiddel voor katten.
Nooit een middel voor honden
Veel vlooien- en tekenmiddelen voor honden bevatten permethrine of vergelijkbare stoffen. Honden kunnen daar goed tegen, katten niet. ESCCAP waarschuwt dat geconcentreerde pyrethroïden voor honden giftig zijn voor katten. Het LICG raadt af om permethrine of deltamethrine ooit bij een kat te gebruiken, omdat het zenuwstelsel beschadigd kan raken en het dodelijk kan zijn. Volgens dierenkliniek AniCura kan een kat al ziek worden van contact met een hond die net is behandeld.
Signalen van vergiftiging zijn kwijlen, spiertrillingen, krampen, wankel lopen en maag- en darmklachten. Ze kunnen binnen een paar uur beginnen, maar ook pas tot 72 uur later. Bel dan direct je dierenarts. Woon je met hond en kat samen, vraag de dierenarts dan om een hondenmiddel zonder permethrine.
Vlooien voorkomen
Hoeveel preventie je kat nodig heeft, hangt af van hoe hij leeft. ESCCAP maakt dit onderscheid:
- Binnenkat zonder andere dieren: kam regelmatig met een vlooienkam. Vind je een vlo of vlooienpoep, dan behandel je je kat en je huis tot het probleem weg is.
- Kat die regelmatig buiten komt: behandel preventief volgens de bijsluiter en stofzuig vaak.
- Huis met meerdere dieren: behandel het hele jaar alle dieren en gebruik op het dier of in huis een middel met een insectengroeiremmer.
- Kat met een vlooienallergie: behandel het hele jaar, vaak en regelmatig, en neem je huis mee.
Teken bij katten: herkennen, verwijderen en ziekten
Komt je kat buiten, dan neemt hij in het voorjaar en de nazomer ook teken mee naar huis. ESCCAP noemt voor het Verenigd Koninkrijk en Centraal-Europa twee pieken: van maart tot juni en van augustus tot november. Nederland en België hebben een vergelijkbaar klimaat. In onze streken gaat het vooral om de schapenteek (Ixodes ricinus), die in gras en laag struikgewas wacht tot er een dier of mens langs komt.
Een teek herkennen
Een teek die zich net heeft vastgebeten is klein, plat en donker, met acht pootjes. Een volgezogen vrouwtje is volgens ESCCAP ongeveer een centimeter lang en lijkt op een kleine koffieboon. Teken zitten het liefst op plekken met dunne huid en weinig haar: de kop, de oren, de oksels, tussen de tenen, in de liezen en rond de anus.
Kijk goed voordat je trekt. Het LICG waarschuwt dat andere bobbeltjes op de huid soms voor een teek worden aangezien. Bij een kat kan dat een tepel, een wratje of een korstje zijn. Een teek heeft pootjes die je bij het lijf van dichtbij kunt zien.
Een teek veilig verwijderen
Haal een teek zo snel mogelijk weg. Volgens het LICG is de kans op overdracht van een ziekte vrij klein als je de teek binnen 24 uur verwijdert, al is overdracht soms binnen 18 uur gezien.
- Pak een tekenpincet, tekentang of tekenlasso. Een gewone pincet drukt de teek sneller plat.
- Scheid de haren en pak de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast, bij de kop. Knijp niet in het achterlijf.
- Trek hem er rustig en recht uit. Het LICG adviseert om bij een tekenpincet of lasso niet te draaien. Heb je een tekenhaakje dat juist voor draaien is gemaakt, volg dan de gebruiksaanwijzing. Ook het RIVM zegt: volg bij een tekenverwijderaar de instructies.
- Ontsmet het plekje daarna met 70 procent alcohol of jodium. Dus pas na het verwijderen.
- Gooi de teek weg in de wc of de vuilnisbak, zodat hij geen ander dier of mens kan vinden.
- Noteer de datum. Word je kat in de weken daarna ziek, dan weet je dierenarts wanneer de beet was.
Wat je niet doet: de teek eerst verdoven met alcohol, olie of ether. ESCCAP en het LICG raden dat af, en volgens het RIVM kan een teek dan juist in de wond spugen. Je kat in bad doen helpt ook niet, een teek laat daar niet van los.
Blijft de kop zitten? Ga dan niet peuteren. Het RIVM schrijft over mensen dat een achtergebleven stukje kop er vanzelf uitkomt, zoals een splinter. ESCCAP waarschuwt dat er bij dieren een klein ontstoken bultje kan ontstaan als de monddelen in de huid blijven. Een rood plekje in de eerste dagen is normaal. Wordt het dik, warm of gaat het etteren, laat het dan zien aan je dierenarts.
Heeft je kat één teek, dan zitten er vaak meer, ook kleine nimfen die je makkelijk mist. Ga met je handen door de hele vacht en kam hem door. ESCCAP adviseert om na een tekenbesmetting het hele seizoen tekenpreventie te gebruiken.
Welke ziekten kunnen teken overdragen aan katten?
Katten lijken volgens ESCCAP minder last te hebben van tekenziekten dan honden. Toch kan het gebeuren:
- Anaplasmose komt volgens het LICG minder vaak voor bij katten, maar het kan. Signalen zijn koorts, afvallen, kreupel lopen, pijnlijke gewrichten en gezwollen lymfeklieren.
- De ziekte van Lyme is bij katten zeldzaam. Het LICG schrijft dat er geen gevallen bekend zijn waarbij een kat Lyme op natuurlijke wijze heeft opgelopen. Voor jou als mens blijft een tekenbeet wel een Lyme-risico.
- Babesiose komt bij katten in Nederland en de rest van Europa volgens het LICG niet voor.
Wordt je kat in de weken na een tekenbeet sloom, eet hij slecht, loopt hij kreupel of voelt hij warm aan, ga dan naar de dierenarts en vertel dat hij een teek heeft gehad.
Teken voorkomen
- Controleer je buitenkat dagelijks in het tekenseizoen. Strijk met je handen door de vacht en voel aan de kop, de oren, de oksels en tussen de tenen.
- Gebruik een middel dat ook tegen teken werkt. Niet elk vlooienmiddel doet dat. Imidacloprid (Bolfo Gold, Advantage) werkt bijvoorbeeld alleen tegen vlooien. In de gids over het beste vlooienmiddel voor katten zie je per werkzame stof of hij ook teken aanpakt. Je dierenarts heeft middelen voor vlooien en teken in één.
- Kies een tekenband met een veiligheidssluiting die losschiet als je kat ergens achter blijft haken. Dat adviseert het LICG.
- Gebruik ook hier nooit een hondenmiddel. Juist tekenmiddelen voor honden bevatten vaak permethrine.
Kunnen teken van je kat op jou overstappen? Een teek die nog niet vastzit, kan van de vacht van je kat op je bank of op jou terechtkomen. Het LICG schrijft dat alle stadia van de teek zich ook op mensen kunnen voeden. Check dus jezelf ook als je kat veel teken meeneemt.
Veelgestelde vragen
Hoe weet je of je kat vlooien heeft?
Kam je kat met een vlooienkam boven een wit laken, vooral in de nek, bij de staart, in de oksels en de liezen. Leg de zwarte korreltjes die je vindt op een vochtig wit papiertje. Lopen ze rood uit, dan is het vlooienpoep en heeft je kat vlooien, ook als je geen vlo ziet.
Wat zijn de symptomen van vlooien bij een kat?
Krabben, likken en bijten bij de kop, nek en staartbasis, onrust, kale plekken en korstjes op de onderrug, en soms rijstkorrelachtige stukjes lintworm bij de anus. Kittens kunnen bleek tandvlees krijgen door bloedarmoede. Veel katten zonder allergie hebben nauwelijks klachten, dus kammen blijft de beste controle.
Wat is FAD bij een kat?
FAD is een vlooienallergie (flea allergy dermatitis). De kat reageert op het speeksel van de vlo met hevige jeuk, kale plekken, bultjes en korstjes, meestal op de onderrug en rond de staart. Eén beet per week is al genoeg om de klachten te houden. Een kat met FAD heeft het hele jaar door vlooienbescherming nodig.
Kan een binnenkat vlooien krijgen?
Ja. Eitjes en poppen kunnen binnenkomen via een hond, een ander huisdier of een tweedehands mand. Poppen kunnen maanden in huis wachten tot er een kat in de buurt komt. Door de centrale verwarming kunnen vlooien zich binnen het hele jaar ontwikkelen.
Kunnen vlooien van mijn kat op mij overspringen?
Kattenvlooien kunnen mensen bijten, vooral bij een grote plaag als er veel vlooien tegelijk uitkomen. Bultjes op je enkels zijn vaak het eerste teken dat er veel vlooien in huis zijn. Mensen zijn voor de kattenvlo geen vaste gastheer. Behandel je kat en je huis, dan houdt het bij jou ook op.
Hoe lang overleven vlooien zonder kat?
Een volwassen vlo overleeft volgens ESCCAP zonder gastheer maar enkele dagen. Poppen kunnen volgens ESCCAP zes maanden of langer in je huis blijven liggen. Daarom kan een plaag ineens opduiken als je na een vakantie thuiskomt.
Hoe kom ik van vlooien in huis af?
Behandel alle dieren in huis tegelijk met een middel voor hun eigen diersoort, stofzuig vaak en grondig en was manden en kleden. Gebruik bij een flinke plaag een omgevingsspray met een insectengroeiremmer. Reken erop dat je nog weken nieuwe vlooien ziet uit de poppen die al in huis lagen.
Hoe verwijder ik een teek bij mijn kat?
Pak de teek met een tekenpincet of tekenlasso zo dicht mogelijk bij de huid vast en trek hem rustig en recht uit de huid. Gebruik vooraf geen alcohol, olie of ether. Ontsmet het plekje daarna en noteer de datum.
Wat doe ik als de kop van de teek blijft zitten?
Ga niet peuteren. Een achtergebleven stukje komt meestal vanzelf naar buiten, zoals een splinter. Wordt het plekje dik, warm of gaat het etteren, laat het dan zien aan je dierenarts.
Kan mijn kat de ziekte van Lyme krijgen van een teek?
Dat is bij katten zeldzaam. Volgens het LICG zijn er geen gevallen bekend waarbij een kat Lyme op natuurlijke wijze heeft opgelopen. Anaplasmose komt wel voor, met koorts, kreupelheid en lusteloosheid. Ga bij zulke klachten na een tekenbeet naar de dierenarts.
Heeft mijn kat luizen of vlooien?
Bijna altijd vlooien. Kattenluizen zijn zeldzaam en zitten vooral op zwerfkatten. Luizen kruipen langzaam en hun neten kleven aan de haren, vlooien springen weg en laten vlooienpoep achter die rood uitloopt op nat papier.


