Kitten en kat ontwormen: schema, wormen, symptomen en middelen

In dit artikel
- Ontwormschema voor je kitten
- Hoe vaak ontworm je een volwassen kat?
- Welke wormen krijgt een kat?
- Symptomen van wormen bij je kat of kitten
- Welk ontwormingsmiddel kies je?
- Zo geef je een wormenkuur
- Bijwerkingen van ontwormen bij je kat
- Een drachtige of zogende poes ontwormen
- Ontvlooien van je kitten: het schema
- Wormen voorkomen, ook bij jezelf
- Veelgestelde vragen
Een kitten ontworm je voor het eerst als het 3 weken oud is. Daarna herhaal je dat elke 2 weken tot 2 weken na het spenen, en vervolgens elke maand tot je kitten 6 maanden is. Zo staat het in de richtlijn van ESCCAP, de Europese vereniging van dierenartsen en parasitologen, en het LICG geeft hetzelfde advies. Een volwassen kat ontworm je daarna afhankelijk van het risico: een echte binnenkat 1 tot 2 keer per jaar, een buitenkat die jaagt 4 tot 12 keer per jaar. Hieronder vind je het schema per leeftijd, welke wormen er in Nederland voorkomen, hoe je ze herkent en welke middelen je vrij kunt kopen.
Dit artikel bevat partnerlinks Hoe zit dat?
Katdootje krijgt een kleine vergoeding als je via een link in dit artikel iets koopt. Dat kost jou niets extra en bepaalt niet wat we aanraden.
In het kort
- Kitten: ontwormen op 3, 5, 7 en ongeveer 9 weken (tot 2 weken na het spenen), daarna elke maand tot 6 maanden. De moederpoes krijgt tot het spenen tegelijk een kuur.
- Binnenkat: 1 tot 2 keer per jaar tegen spoelwormen, of laat de ontlasting onderzoeken.
- Buitenkat: minstens 4 keer per jaar tegen spoel- en lintwormen. Jaagt je kat veel of woon je met kleine kinderen, dan is elke maand beter.
- Dosering: volg de bijsluiter of je dierenarts, en weeg je kitten vlak voor elke kuur.
- Direct naar de dierenarts: een kitten dat suf is, niet drinkt, blijft braken of diarree heeft, een harde opgezette buik of bleek tandvlees heeft, of na een wormenkuur wankelt of trilt.
Ontwormschema voor je kitten
Bijna elk kitten heeft spoelwormen. Een poes met slapende spoelwormlarven in haar lichaam geeft die via de moedermelk door aan haar jongen, ook als ze zelf gezond lijkt. Het LICG schrijft dat daardoor vrijwel alle kittens besmet raken. Omdat kittens in de baarmoeder nog niet besmet worden, kun je wachten tot ze 3 weken oud zijn. Vanaf dan herhaal je de kuur elke 2 weken, zodat je de wormen te pakken hebt voordat ze eitjes gaan leggen.
| Leeftijd kitten | Wat je doet |
|---|---|
| 3 weken | Eerste wormenkuur. De moederpoes krijgt tegelijk een kuur. |
| 5 weken | Tweede kuur, moederpoes weer mee. |
| 7 weken | Derde kuur, moederpoes weer mee. |
| Rond 9 weken | Laatste kuur van het tweewekelijkse schema: 2 weken nadat het kitten volledig gespeend is. |
| 3, 4, 5 en 6 maanden | Elke maand een kuur. |
| Vanaf 6 maanden | Over op het schema voor volwassen katten, op basis van hoe je kat leeft. |
Wanneer precies de laatste tweewekelijkse kuur valt, hangt af van wanneer je kitten gespeend is. ESCCAP houdt "2 weken na het spenen" aan. Het LICG noemt op zijn pagina over kittenverzorging "tot ze twee maanden oud zijn". Na die tweewekelijkse kuren ontworm je elke maand tot 6 maanden. ESCCAP noemt dat vooral nodig als het risico blijft, bijvoorbeeld omdat je kitten al buiten komt. Het LICG adviseert het voor alle kittens.
Haal je een kitten in huis?
Haal je een kitten bij een fokker of asiel, vraag dan welke data en welk middel er gebruikt zijn, en neem dat mee naar de eerste afspraak bij je dierenarts. Daar wordt ook het vaccinatieschema afgesproken: volgens het LICG rond 8 à 9 weken, 12 weken en 16 weken. Meer over die afspraken lees je bij wanneer je je kat laat vaccineren, en wat je verder in huis moet hebben staat in de checklist met kitten benodigdheden.
Het juiste middel voor de leeftijd
Niet elk wormmiddel mag al op 3 weken. Milbemax-tabletten voor kittens zijn bijvoorbeeld pas toegestaan vanaf 6 weken en 0,5 kilo. Voor de kuren op 3 en 5 weken heb je dus een middel nodig dat volgens de bijsluiter voor zulke jonge kittens geschikt is, vaak een pasta of drankje. Vraag je dierenarts welk middel past.
Hoe vaak ontworm je een volwassen kat?
Vanaf 6 maanden is er geen vast getal meer. ESCCAP en het LICG adviseren ontwormen op maat: hoe vaak hangt af van of je kat buiten komt, jaagt, rauw vlees eet en met wie hij samenwoont.
| Situatie | Advies (ESCCAP en LICG) |
|---|---|
| Binnenkat, eventueel met een afgesloten balkon of omheinde tuin, vangt geen muizen | 1 tot 2 keer per jaar tegen spoelwormen, of 1 tot 2 keer per jaar ontlastingsonderzoek |
| Buitenkat, of je weet niet goed wat je kat buiten doet | Minstens 4 keer per jaar tegen spoel- en lintwormen, of 4 keer per jaar ontlastingsonderzoek |
| Kat die jaagt en muizen of vogels eet, of rauw vlees krijgt | Minstens 4 keer per jaar, ook tegen lintworm. Elke maand voorkomt dat er tussendoor eitjes worden uitgescheiden. |
| Kat in een gezin met kinderen jonger dan 5 à 6 jaar, ouderen of mensen met een zwakke afweer | Na overleg met je dierenarts elke maand, of regelmatig ontlastingsonderzoek |
| Showkat, kat in een cattery of asiel | Rond een show extra ontwormen, in een cattery elke maand of op basis van ontlastingsonderzoek |
| Kat met vlooien | Een extra kuur tegen lintworm, want vlooien brengen de lintworm over |
Waarom 4 keer per jaar het minimum is voor een buitenkat: een spoelworm die je kat binnenkrijgt via een muis of via eitjes in de tuin, legt na ongeveer vier weken zelf eitjes. Volgens ESCCAP beschermen 1 tot 3 kuren per jaar een buitenkat daardoor onvoldoende, en ook elke 3 maanden ontwormen voorkomt niet dat er tussendoor eitjes in je tuin of zandbak belanden. Maandelijks ontwormen houdt dat risico het kleinst. Daarom raadt ESCCAP dat aan als er jonge kinderen in huis zijn.
Ontlastingsonderzoek is een goed alternatief voor standaard ontwormen, als je het even vaak doet als de kuren die je anders zou geven. Je levert dan ontlasting in bij je dierenarts en ontwormt alleen als er eitjes gevonden worden. Een negatieve uitslag is geen garantie, want bij weinig eitjes kan het lab ze missen. Lintworm vind je in ontlasting ook lastig terug. Mag je kat net naar buiten? Lees dan ook wanneer je kat naar buiten mag, want dat verandert zijn ontwormschema.
Welke wormen krijgt een kat?
Spoelworm
De spoelworm (Toxocara cati, en minder vaak Toxascaris leonina) is volgens het LICG de meest voorkomende darmparasiet bij katten. Volwassen wormen worden tot 10 centimeter lang en lijken op spaghetti. Je kat raakt besmet via eitjes uit de omgeving, door muizen of vogels te eten, en kittens via de moedermelk. Spoelwormeitjes kunnen ook mensen besmetten, zie verderop.
Lintworm
Er zijn twee lintwormen die je bij Nederlandse katten tegenkomt. Dipylidium caninum krijgt je kat door een besmette vlo in te slikken tijdens het wassen. Het LICG gaat ervan uit dat een kat met vlooien waarschijnlijk ook deze lintworm heeft. Hydatigera taeniaeformis (vroeger Taenia taeniaeformis) krijgt je kat door muizen en ratten te eten. Bij kittens zijn lintwormen meestal nog geen probleem, ze spelen vooral bij oudere katten.
Haakworm
De haakworm van de kat (Ancylostoma tubaeforme) komt in heel Europa voor, maar minder vaak dan de spoelworm. Hij is klein, zet zich vast in de darmwand en zuigt bloed. Een zware besmetting kan daardoor (bloederige) diarree, vermagering en bloedarmoede geven.
Longworm
De kattenlongworm (Aelurostrongylus abstrusus) is wijdverspreid in Europa en komt in sommige landen bij tot 30 procent van de katten voor. Je kat krijgt hem door slakken te eten of te likken, of door muizen, vogels en kikkers te eten die slakken gegeten hebben. Elke kat die regelmatig buiten komt loopt risico. De klachten zitten in de luchtwegen: hoesten, niezen, snel ademen en in ernstige gevallen ademen met open bek. Niet elk wormmiddel is geregistreerd tegen longworm. Hoest je buitenkat, vraag je dierenarts dan naar longworm. Meer over de andere oorzaken lees je bij kat hoest.
Hartworm: niet in Nederland
Hartworm (Dirofilaria immitis) wordt door muggen overgedragen en komt voor in Zuid-Europa. In Nederland en Vlaanderen komt hij niet voor. Je kat heeft er alleen mee te maken als je met hem naar een gebied gaat waar hartworm voorkomt, bijvoorbeeld Italië of Spanje, of als je een kat uit zo'n land adopteert. ESCCAP adviseert dan een preventieve behandeling tijdens het muggenseizoen, binnen 30 dagen na aankomst en tot 30 dagen na thuiskomst. Bespreek dat vóór vertrek met je dierenarts.
Vossenlintworm
De vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) is gevaarlijk voor mensen, maar katten scheiden de eitjes volgens ESCCAP zelden uit. Voor katten is hij van weinig belang. Bij honden ligt dat anders.
Symptomen van wormen bij je kat of kitten
De meeste katten met wormen zie je niets aan. Dat is precies waarom je op schema ontwormt en niet wacht tot je iets ziet. Een zware besmetting, vooral bij kittens, geeft wel klachten.
- Dikke, opgezette buik bij een mager kitten. Dierenartsen noemen dit een wormbuikje. Het past bij een zware spoelwormbesmetting.
- Vermageren of slecht groeien, terwijl je kitten wel eet.
- Diarree, soms met bloed (bij haakworm).
- Braken. Soms zie je in het braaksel of de ontlasting wormen die op spaghetti lijken.
- Witte korreltjes zoals rijstkorrels rond de anus, in de ontlasting of op de plek waar je kat slaapt. Dat zijn lintwormsegmenten. Je ziet ze soms ook bewegen.
- Over de grond schuiven met het achterwerk (sleetje rijden), door jeuk rond de anus.
- Bleek tandvlees en lusteloosheid, door bloedarmoede bij haakworm.
- Hoesten en snel ademen bij longworm.
Diarree en braken kunnen ook heel andere oorzaken hebben, zoals voer dat je kat niet goed verdraagt. Daarover lees je meer bij kattenvoer bij een gevoelige maag.
Wanneer moet je naar de dierenarts?
Direct, ook buiten kantoortijd:
- Een kitten dat suf is, niet meer drinkt of zuigt, of steeds blijft braken of diarree heeft. Jonge kittens drogen snel uit.
- Een harde, opgezette buik in combinatie met braken of niet poepen. Veel spoelwormen kunnen de darm verstoppen.
- Bleek of wit tandvlees, of ademen met open bek.
- Wankelen, trillen of heel suf zijn na een wormenkuur.
Binnen een paar dagen een afspraak: je kat vermagert, je ziet wormen of rijstkorrelachtige stukjes, diarree houdt aan bij een verder levendige kat, of je buitenkat hoest. Neem als het kan een beetje verse ontlasting mee, dan kan de dierenarts die laten onderzoeken.
Welk ontwormingsmiddel kies je?
Wormmiddelen voor katten zijn diergeneesmiddelen. In Nederland bepaalt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) per middel wie het mag verkopen. Dat heet de afleverstatus en die staat op de verpakking en in de bijsluiter.
| Afleverstatus | Wat het betekent | Waar je het haalt |
|---|---|---|
| VRIJ | Vrij verkrijgbaar zonder voorschrift | Dierenwinkel, drogist, online en bij de dierenarts |
| URA | Uitsluitend op voorschrift van een dierenarts | Bij de dierenarts, of met een recept bij een apotheek of erkende leverancier |
| UDA | Uitsluitend door dierenarts of apotheker af te leveren | Alleen dierenarts of apotheker, niet via een gewone webshop |
| UDD | Uitsluitend door de dierenarts toe te passen | De dierenarts geeft het zelf, bijvoorbeeld een injectie |
Wat dat in de praktijk betekent:
- Vrij verkrijgbaar zijn onder meer tabletten met milbemycine en praziquantel, zoals Milbemax. Die werken tegen spoelworm, haakworm en lintworm. Kijk bij elk middel uit de winkel of er een registratienummer op staat (REG NL of een EU-nummer). Dan is het een goedgekeurd diergeneesmiddel. Het LICG waarschuwt dat niet alles wat in de supermarkt of dierenwinkel ligt even goed werkt, en dat sommige middelen alleen tegen één soort worm helpen.
- Via de dierenarts krijg je daarnaast middelen op voorschrift, waaronder spot-ons (druppels in de nek) en middelen die vlooien en wormen in één keer aanpakken. Ga ook naar de dierenarts voor een heel jong kitten, een zieke, drachtige of zogende kat, of als je longworm vermoedt. Slikt je kat lastig een tablet, dan is een spot-on een goede uitweg.
- Natuurlijke middelen zoals kokosolie, wortelzaadolie of diatomeeënaarde worden online vaak genoemd. Er is geen bewijs dat ze wormen bij katten bestrijden, en ESCCAP en het LICG noemen ze niet. Gebruik ze niet in plaats van een geregistreerd middel.
Breedwerkend is niet altijd nodig. In de bijsluiter van Milbemax staat dat het middel bedoeld is voor katten met (een risico op) zowel spoel- als lintwormen. Gaat het alleen om spoelworm, zoals bij een binnenkat zonder vlooien, dan kan je dierenarts een middel adviseren dat alleen daartegen werkt. Onnodig breed behandelen vergroot de kans dat wormen ongevoelig worden.
Vrij verkrijgbaar: Milbemax voor kitten en kat
Twijfel je welk middel past bij jouw kat, dan beslist je dierenarts. ESCCAP schrijft dat ontwormen altijd op advies van een dierenarts hoort te gebeuren.
Zo geef je een wormenkuur
- Weeg je kitten vlak voor elke kuur. Kittens groeien snel, en een gewicht van twee weken geleden klopt al niet meer. Het LICG waarschuwt dat te weinig middel de wormen onvoldoende bestrijdt en dat te veel je kitten ziek kan maken. Een keukenweegschaal met een bakje werkt prima.
- Volg de bijsluiter of je dierenarts voor de dosering. Kies de verpakking die bij het gewicht past en reken niets zelf om naar een middel voor een grotere kat of een hond.
- Geef het tablet met of na een beetje eten, als de bijsluiter dat zegt. Lukt het niet, leg het dan achter op de tong en spuit met een spuitje 2 tot 3 ml water na. Dat helpt je kat slikken. Een pillenschieter kan ook, maar gebruik hem rustig, want bij ruw gebruik kan hij bek en keel beschadigen.
- Kijk of het binnen blijft. Spuugt je kat het tablet uit of braakt hij kort daarna, dan weet je niet hoeveel hij binnen heeft. Bel je dierenarts of je opnieuw moet geven.
- Behandel alle katten in huis tegelijk. Een onbehandelde huisgenoot besmet de rest opnieuw. Dat staat ook zo in de bijsluiter van Milbemax.
- Pak bij lintworm ook de vlooien aan. Zolang er vlooien zijn, krijgt je kat de lintworm steeds terug.
- Schrijf de datum op. In het dierenpaspoort, je agenda of een telefoonherinnering. Het meest gemaakte foutje is dat een kuur er stilletjes bij inschiet.
Bijwerkingen van ontwormen bij je kat
Wormmiddelen worden meestal goed verdragen. In de bijsluiter van Milbemax staan de bijwerkingen als zeer zeldzaam, bij minder dan 1 op de 10.000 behandelde katten:
- braken of diarree
- een allergische reactie
- wankel lopen of spiertrillingen
- sufheid
Andere middelen kunnen andere bijwerkingen hebben, die staan in hun eigen bijsluiter. Zie je na een kuur wormen in de ontlasting of het braaksel, dan had je kat ze dus echt. Is je kat na de kuur een dag wat stil maar eet hij gewoon, houd hem dan in de gaten. Bel je dierenarts als hij blijft braken, niet eet, wankelt, trilt of een opgezwollen kop krijgt. De kans op bijwerkingen is groter als de dosering niet klopt, daarom is wegen zo belangrijk. Bijwerkingen kun je melden via je dierenarts, die ze doorgeeft aan de fabrikant of het CBG.
Een drachtige of zogende poes ontwormen
Een zogende poes ontworm je tegelijk met haar kittens, tot ze gespeend zijn. Ze likt de ontlasting van haar jongen op en raakt daardoor zelf opnieuw besmet. Volgens ESCCAP kan een drachtige poes ongeveer een week voor de bevalling een spot-on met emodepside krijgen. Dat voorkomt dat spoelwormlarven via de melk bij de kittens komen. Dat middel en dat moment regel je via je dierenarts. Niet elk wormmiddel mag tijdens de dracht, dus overleg altijd eerst. Meer over de dracht zelf lees je in zwangere kat.
Ontvlooien van je kitten: het schema
Vlooien en wormen horen bij elkaar, omdat vlooien de lintworm overbrengen. Toch heeft ontvlooien geen vast schema zoals ontwormen. Je behandelt een kitten als het vlooien heeft, en daarna preventief zo vaak als de bijsluiter van het middel aangeeft. Bij de meeste druppels is dat ongeveer elke maand. Let op de leeftijd: veel vrij verkrijgbare vlooienmiddelen mogen pas vanaf 8 tot 10 weken, en het LICG waarschuwt dat sommige middelen uit de supermarkt stoffen bevatten die giftig kunnen zijn voor kittens. Bij een jong kitten haal je het vlooienmiddel daarom bij de dierenarts. Welke middelen werken en wat vrij verkrijgbaar is, lees je in het beste vlooienmiddel voor katten.
Wormen voorkomen, ook bij jezelf
Spoelwormeitjes kunnen mensen besmetten. De larven kunnen dan door het lichaam trekken, en het LICG beschrijft gevallen waarin kinderen daardoor oogschade kregen. Lintworm bij mensen komt zelden voor, en dan meestal bij kinderen die een vlo inslikken. Met deze gewoontes, die ESCCAP en het LICG aanraden, houd je het risico klein:
- Ontworm volgens het schema dat bij je kat past en bestrijd vlooien.
- Schep de kattenbak elke dag en was daarna je handen. Doe dat ook na het aaien van je kat en voor het eten.
- Gooi kattenpoep en gebruikte kattenbakvulling bij het restafval. ESCCAP raadt de groene container en de composthoop af. Zie ook kan kattengrind in de groene container.
- Dek de zandbak af als hij niet gebruikt wordt. Katten gebruiken open zand graag als toilet.
- Draag handschoenen als je in de tuin werkt en was groente uit de moestuin goed.
- Leer kinderen hun handen te wassen na het spelen met de kat en houd hun nagels kort.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet ik mijn kitten ontwormen?
Vanaf 3 weken elke 2 weken, tot 2 weken na het spenen. Dat komt neer op 3, 5, 7 en ongeveer 9 weken. Daarna elke maand tot je kitten 6 maanden is. Vanaf dan volg je het schema voor volwassen katten.
Hoe vaak moet je een volwassen kat ontwormen?
Dat hangt af van het risico. Een binnenkat die geen muizen vangt 1 tot 2 keer per jaar, een buitenkat minstens 4 keer per jaar. Jaagt je kat veel of woon je met kleine kinderen of iemand met een zwakke afweer, dan adviseert ESCCAP elke maand of regelmatig ontlastingsonderzoek.
Moet een binnenkat ontwormd worden?
Ja, alleen minder vaak. Het risico is kleiner, toch kan ook een binnenkat besmet raken, bijvoorbeeld als er toch eens een muis binnenkomt. Het LICG zegt dat 1 tot 2 keer per jaar tegen spoelwormen dan kan volstaan. Laat je liever eerst de ontlasting onderzoeken, dan kan dat ook.
Kan ik mijn kat zelf ontwormen zonder dierenarts?
Ja, met een vrij verkrijgbaar middel met een registratienummer op de verpakking, zoals Milbemax. Volg de bijsluiter en weeg je kat eerst. Voor kittens jonger dan 6 weken, een drachtige, zogende of zieke kat, en als je longworm vermoedt, ga je wel naar de dierenarts.
Werkt een wormenkuur ook preventief?
Een wormenkuur ruimt vooral de wormen op die er op dat moment zitten. Raakt je kat een week later opnieuw besmet, dan legt die worm na ongeveer vier weken weer eitjes. Daarom werkt een vast schema, en houdt elke maand ontwormen het risico het kleinst.
Kan ik wormen krijgen van mijn kat?
Het kan, maar het gebeurt niet vaak. Vooral spoelwormeitjes uit kattenpoep zijn een risico, vooral voor jonge kinderen die in de zandbak of tuin spelen. Regelmatig ontwormen, de kattenbak dagelijks scheppen en handen wassen zijn de beste bescherming.
Wat zijn de bijwerkingen van ontwormen bij een kat?
Meestal geen. Bij Milbemax staan braken, diarree, sufheid, wankel lopen, trillen en een allergische reactie als zeer zeldzame bijwerkingen in de bijsluiter. Bel je dierenarts als je kat na een kuur blijft braken, niet eet, wankelt of trilt.
Hoe weet ik of mijn kitten wormen heeft?
Vaak zie je het niet. Bij een zware besmetting krijgt een kitten een dikke buik terwijl het mager is, groeit het slecht, heeft het diarree of braakt het, soms met wormen die op spaghetti lijken. Witte rijstkorreltjes rond de anus wijzen op lintworm.


