Is de Siberische kat hypoallergeen? Eerlijk antwoord bij allergie
In dit artikel
- Is de Siberische kat hypoallergeen?
- Bestaat een Siberische kat allergie?
- Zo test je vóór je een Siberische kat neemt
- Siberische kat allergie: ervaringen van eigenaren
- Leven met een Siberische kat als je licht allergisch bent
- Noorse Boskat, Ragdoll en Heilige Birmaan: ook minder allergeen?
- Veelgestelde vragen
Een Siberische kat is niet volledig hypoallergeen. Wel maken veel Siberische katten minder Fel d 1, het eiwit waar de meeste mensen met een kattenallergie op reageren. Hoeveel precies, verschilt sterk per kat. De ene Siberiër geeft je nauwelijks klachten, de andere net zoveel als een gewone huiskat. Een garantie bestaat dus niet. Of het voor jou goed gaat, weet je pas als je test hoe jij reageert op die ene kat die je wilt nemen.
In het kort
- Is de Siberische kat hypoallergeen? Niet helemaal. Alle katten maken Fel d 1, ook Siberiërs. Veel Siberische katten maken er minder van dan gemiddeld, een deel maakt er heel weinig van, en sommige maken juist veel.
- Hoe hard is het bewijs? Dun. Er is genetisch onderzoek bij een handvol katten en er zijn metingen uit de fokkerswereld. Onafhankelijk onderzoek bij allergische mensen ontbreekt.
- Test vóór je koopt: laat bij de huisarts uitzoeken waar je op reageert en ga een paar keer urenlang op bezoek bij de kat die je wilt. Sommige catteries laten Fel d 1 testen. Dat is een plus, geen garantie.
- Kies slim: een volwassen poes of gecastreerde kater geeft je de beste kans. Bij een kitten weet je nog niet hoe hij als volwassen kat wordt.
- Noorse Boskat, Ragdoll, Heilige Birmaan: voor deze rassen is geen onderzoek bekend dat wijst op minder allergeen.
Is de Siberische kat hypoallergeen?
Mensen zijn niet allergisch voor kattenhaar. De klachten komen van eiwitten uit het speeksel, de huid en de urine van de kat. Het belangrijkste is Fel d 1. Een kat smeert het met zijn tong over zijn vacht, en via losse haren en huidschilfers komt het in de lucht, op de bank en op je kleding terecht. Volgens een overzichtsartikel van Franse allergie-onderzoekers (Bonnet en collega's, 2018) heeft 80 tot 95 procent van de mensen met een kattenallergie antistoffen tegen dit eiwit. Datzelfde artikel zegt ook: alle katten maken Fel d 1, en hoeveel hangt onder meer af van hormonen.
De Siberische kat heeft een lange, dikke vacht en verhaart flink, vooral in het voorjaar. Aan zijn uiterlijk zie je dus niets dat op een allergievriendelijke kat wijst. Zijn reputatie komt helemaal uit het allergeen zelf.
Wat het onderzoek over Siberische katten zegt
Er is minder onderzoek dan je zou denken als je de verhalen online leest. Dit is wat er ligt:
- Genetisch onderzoek uit Italië (2017). Onderzoekers van de Universiteit van Turijn vonden bij Siberische katten veranderingen in de twee genen die samen Fel d 1 maken. Het ging om vier Siberiërs. Bij drie daarvan was het Fel d 1 in het speeksel gemeten, en de kat met de meeste genetische veranderingen had het laagste gehalte. De onderzoekers schrijven zelf dat nog moet worden uitgezocht of die veranderingen echt tot minder allergeen leiden.
- Metingen uit de fokkerswereld. De meeste cijfers komen van Siberian Research, een groep rond Amerikaanse fokkers die via KittenTesting ook allergeentests verkoopt. Volgens hen maken Siberische katten meestal minder allergeen dan andere katten, is ongeveer 15 procent geschikt voor een huis met iemand die ernstig allergisch is, en zitten er ook Siberiërs tussen met heel hoge waarden. Dat zijn nuttige gegevens, maar ze zijn niet onafhankelijk gecontroleerd.
- Onderzoek bij allergische mensen. Een studie die test of mensen met een kattenallergie minder klachten krijgen van Siberische katten dan van andere katten, hebben we niet kunnen vinden.
Eerlijk samengevat: de kans dat een Siberische kat weinig Fel d 1 maakt, lijkt groter dan bij een willekeurige kat. Maar ongeveer één op de zeven is echt geschikt bij een ernstige allergie, en welke dat zijn, zie je niet aan de buitenkant.
Waarom de ene Siberiër wel klachten geeft en de andere niet
Het verschil tussen individuele katten is groter dan het verschil tussen rassen. Onderzoekers van de Universiteit van Adelaide schrijven dat de hoeveelheid Fel d 1 tussen katten tot honderd keer kan verschillen. Een paar dingen maken uit:
- Geslacht en castratie. Ongecastreerde katers maken het meeste Fel d 1. Castratie verlaagt dat. Ook een poes of gecastreerde kater kan genoeg maken voor klachten, het verkleint alleen de kans.
- Drachtige en zogende poezen. Volgens Siberian Research zit er in de laatste fase van de dracht veel meer Fel d 1 op de vacht van een poes. Bezoekers van catteries reageerden in hun ervaring vaker op de fokpoezen dan op katers met weinig allergeen. Ben je op bezoek in een huis met een moederpoes en haar nest, dan krijg je dus een ander beeld dan bij de kat die jij uiteindelijk thuis krijgt.
- Leeftijd. Bij een kitten zegt een test of bezoek nog weinig. Hoeveel allergeen een kat maakt, kan veranderen tot hij volwassen is.
- Ouders. Volgens dezelfde fokkersgroep krijgen ouders met weinig allergeen vaak kittens met weinig allergeen, maar zitten er ook dan kittens met normale waarden tussen.
Bestaat een Siberische kat allergie?
Een aparte allergie voor Siberische katten bestaat niet. Wie op een Siberiër reageert, heeft een gewone kattenallergie en reageert op hetzelfde Fel d 1 of een van de andere kattenallergenen. Reageer je op een van die andere allergenen, dan helpt een kat met weinig Fel d 1 je weinig.
De klachten zijn dezelfde als bij elke andere kat: niezen, een loop- of verstopte neus, jeukende of rode ogen, hoesten, benauwdheid, en soms rode jeukende plekken waar de kat je heeft gelikt of gekrabd. Woon je al met een kat, dan merk je vaak geen plotselinge niesbui. Dan blijft het bij een neus die altijd een beetje dicht zit of ogen die steeds geïrriteerd zijn. Alle symptomen, wanneer je naar de huisarts gaat en welke medicijnen helpen, lees je in ons artikel over kattenallergie.
Word je ineens erg benauwd, of worden je tong, keel of lippen dik? Bel dan meteen je huisarts of 112.
Zo test je vóór je een Siberische kat neemt
Een Siberische kat wordt vaak vijftien jaar of ouder. Moet hij na een paar maanden weg omdat je benauwd wordt, dan is dat voor jullie allebei verdrietig. Neem daarom de tijd om te testen.
1. Laat uitzoeken waar je op reageert
Begin bij je huisarts. Die kan met een bloedtest kijken of je antistoffen tegen katten hebt, en zo nodig doorverwijzen voor een huidpriktest bij een allergoloog. Soms blijkt het huisstofmijt of stuifmeel te zijn en reageer je nauwelijks op katten. Heb je astma, neem dan geen kat zonder dat je het eerst met je huisarts of longarts hebt besproken. Ook niet als het om een Siberiër gaat.
2. Ga lang en vaker op proefbezoek
- Blijf een paar uur en ga meer dan eens. Een kwartiertje aaien zegt weinig.
- Maak echt contact. Laat de kat op schoot komen en aai hem. Je wilt weten hoe het in het dagelijks leven gaat.
- Let op de uren erna. Klachten komen vaak pas later op. Een verstopte neus die avond of een benauwde nacht telt mee.
- Ontmoet de kat die je wilt, of de volwassen ouders. Vraag of je ook even bij de kater of poes mag zitten, buiten de kamer met de moederpoes en haar kittens.
3. Vraag naar een Fel d 1-test
Sommige catteries laten het Fel d 1-gehalte van hun katten meten, meestal met een speekseltest of vachttest die naar een gespecialiseerd lab gaat, vaak in het buitenland. Vraag dan door:
- Welke kat is getest? Een gunstige uitslag van de ouders zegt iets, maar niet alles over een kitten.
- Hoe vaak? Siberian Research schrijft dat één speekseltest in ongeveer 70 procent van de gevallen klopt. Herhaalde tests geven een betrouwbaarder beeld.
- Op welke leeftijd? Vachttests bij katten jonger dan een jaar noemen zij onbetrouwbaar. Speekseltests kunnen eerder, al vanaf ongeveer twaalf weken.
Een goede uitslag vergroot je kans. Hij vervangt nooit je eigen proefbezoek, want het gaat erom hoe jouw lichaam reageert. Een fokker die belooft dat je geen klachten krijgt, kan dat met niets waarmaken. Waar je verder op let bij het kiezen van een fokker, lees je in ons stuk over het kopen van een Siberische kat.
4. Kies de kat met de beste kans
Bij een allergie is een volwassen poes of een gecastreerde kater de logische keuze. Bij een volwassen kat weet je wat je krijgt. Soms hebben fokkers een volwassen kat die met pensioen gaat of terug is gekomen. Ook een asielkat kan voor jou goed uitpakken, omdat het verschil tussen individuele katten zo groot is. Meer daarover lees je in ons artikel over hypoallergene katten.
Siberische kat allergie: ervaringen van eigenaren
Wie zoekt naar ervaringen, vindt twee soorten verhalen. Mensen met een lichte tot matige allergie die al jaren klachtenvrij met een of twee Siberiërs leven. En mensen die toch reageren, soms pas na een tijdje. Dit zijn de dingen die steeds terugkomen:
- Het werkt vaker bij een lichte allergie. Op het Engelse forum Mumsnet vertelt een eigenaar dat de partner, die matig allergisch is voor katten, zonder problemen met twee Siberiërs samenwoont. Voor mensen die ernstig allergisch zijn, is volgens Siberian Research maar ongeveer 15 procent van de Siberiërs geschikt.
- De ene Siberiër is de andere niet. Siberian Research beschrijft dat bezoekers van catteries minder vaak reageerden op katers met heel weinig allergeen dan op de fokpoezen in hetzelfde huis. Binnen één cattery kun je dus op de ene kat wel reageren en op de andere niet.
- De cattery voelt erger dan thuis. In een huis met meerdere katten, drachtige poezen en kittens is de hoeveelheid allergeen meestal hoger dan straks bij jou thuis met één kat. Een lichte reactie bij de fokker hoeft dus niet het einde te zijn. Een flinke reactie bij de kat die je wilt, is wel een duidelijk teken.
- Klachten kunnen sluipend komen. Met een kat in huis ben je de hele dag aan het allergeen blootgesteld. Allergologen beschrijven dat de klachten bij dagelijks contact vaak minder opvallen dan bij een kort bezoek. Sommige mensen merken pas na weken of maanden dat hun neus steeds dicht zit of dat ze 's nachts benauwd worden.
- Er zijn ook Siberiërs met veel allergeen. Siberian Research meldt dat een paar geteste Siberiërs zeer hoge waarden hadden en ernstige reacties gaven. Wie een Siberiër koopt zonder te testen, kan dus net zo goed pech hebben als met elke andere kat.
De rode draad in alle verhalen: wie vooraf grondig test, is achteraf zelden verrast.
Leven met een Siberische kat als je licht allergisch bent
Gaat het proefbezoek goed en merk je hooguit lichte klachten, dan kun je het allergeen in huis een stuk omlaag brengen:
- Houd de slaapkamer katvrij. Daar breng je een derde van je tijd door.
- Laat iemand anders borstelen, liefst buiten of op het balkon. Een Siberiër verliest in de ruiperiode veel haar, en aan elk haar zit allergeen. De juiste spullen vind je in onze gids over de borstel voor je langharige kat.
- Laat de kattenbak liefst door een huisgenoot verschonen, want ook urine bevat allergeen.
- Kies gladde vloeren en neem ze nat af. Een stofzuiger met HEPA-filter houdt fijne schilfers vast. Met een robotstofzuiger voor katten ruim je haar en huidschilfers elke dag op.
- Was kussens, plaids en de kattenmand regelmatig en was je handen na het knuffelen.
Een luchtreiniger met HEPA-filter vangt een deel van het allergeen in de lucht, vooral in de slaapkamer. Het is een hulpmiddel en geen oplossing op zichzelf. Wat het onderzoek zegt en welke modellen geschikt zijn, lees je in onze gids over de luchtreiniger bij kattenallergie.
Er is ook kattenvoer dat het actieve Fel d 1 op de vacht verlaagt (Purina Pro Plan LiveClear). Het haalt het allergeen omlaag zonder het weg te nemen, dus het is geen reden om een kat te nemen waar je bij een proefbezoek duidelijk op reageert. Medicijnen zoals antihistaminepillen of een neusspray kunnen klachten verminderen. Overleg daarover met je huisarts. Immunotherapie tegen katten wordt bij mensen met een eigen kat zelden ingezet.
Noorse Boskat, Ragdoll en Heilige Birmaan: ook minder allergeen?
Wie naar een Siberiër kijkt, komt vaak ook bij deze drie half-langharige rassen uit. Er wordt online soms gesuggereerd dat ze minder allergeen zijn. Daar is geen onderbouwing voor gevonden.
- Noorse Boskat. Lijkt sterk op de Siberiër, met een dikke waterafstotende vacht en een flinke rui. Over minder Fel d 1 bij dit ras is geen onderzoek of meting bekend. Bij een allergie is hij geen veilige keus. Meer over het ras in alles over de Noorse Boskat.
- Ragdoll. Wordt soms als allergievriendelijk genoemd omdat de vacht minder snel klit. Met allergeen heeft dat niets te maken: dat zit in speeksel en huidschilfers. Zie ons artikel over de Ragdoll.
- Heilige Birmaan. Heeft een zijdezachte vacht zonder dikke ondervacht, waardoor hij iets minder haar verliest. Minder haren in huis kan een klein beetje schelen, maar de kat maakt gewoon Fel d 1. Lees meer over de Heilige Birmaan.
Voor alle drie geldt hetzelfde als voor de Siberiër: het verschil zit in de individuele kat, en alleen een lang proefbezoek vertelt je hoe jij reageert.
Veelgestelde vragen
Is een Siberische kat hypoallergeen?
Niet volledig. Alle Siberische katten maken Fel d 1, het belangrijkste kattenallergeen. Veel Siberiërs maken er minder van dan gemiddeld, maar het verschilt sterk per kat en een deel maakt er gewoon veel van. Test daarom altijd zelf met de kat die je wilt nemen.
Is een Siberische boskat hypoallergeen?
De Siberische boskat is een andere naam voor de Siberische kat. Het antwoord is dus hetzelfde: veel Siberische boskatten maken minder allergeen, maar geen enkele is helemaal allergeenvrij.
Kan ik een Siberische kat nemen als ik allergisch ben?
Bij een lichte allergie lukt dat sommige mensen goed. Laat eerst bij de huisarts uitzoeken waar je op reageert en ga een paar keer urenlang op bezoek bij de kat die je wilt. Heb je astma of een ernstige allergie, overleg dan eerst met je huisarts of longarts.
Wat is een Siberische anti-allergie kat?
Zo noemen sommige verkopers een Siberische kat die weinig allergeen zou maken. Het is geen officiële term of keurmerk. Vraag naar een Fel d 1-test, en vooral: test zelf hoe je op die kat reageert.
Is een Siberische kitten minder allergeen dan een volwassen kat?
Daar kun je niet op rekenen. Hoeveel allergeen een kat maakt, kan veranderen tot hij volwassen is, en vachttests bij jonge katten zijn onbetrouwbaar. Bij een allergie geeft een volwassen poes of gecastreerde kater je meer zekerheid.
Zijn Siberische poezen beter dan katers bij een allergie?
Ongecastreerde katers maken het meeste Fel d 1. Een poes of gecastreerde kater maakt doorgaans minder. Drachtige en zogende poezen kunnen tijdelijk juist veel allergeen op hun vacht hebben.
Is een Noorse Boskat hypoallergeen?
Nee. Er is geen onderzoek dat laat zien dat Noorse Boskatten minder allergeen maken dan andere katten. Hij lijkt op een Siberiër, maar dat zegt niets over zijn Fel d 1.
Ben je minder allergisch voor een Ragdoll of Heilige Birmaan?
Daar is geen bewijs voor. Beide rassen maken Fel d 1 zoals andere katten. Een Heilige Birmaan verliest iets minder haar, maar het allergeen zit in speeksel en huidschilfers.


